Vanmorgen las ik een verhaal, geschreven door Jamura Vrooman, over het Openbaar Vervoer en hoe mensen op elkaar reageren in het OV. Nu ik zelf dagelijks in de tram van en naar werk zit kan ik haar woorden alleen maar bevestigen. Ze heeft het onder andere over ‘binnenpretjes’. Zzooo herkenbaar. Zo leuk om te lezen. En zij heeft mij eigenlijk onbewust aangezet om dit stukje te schrijven.
Want er zijn grote veranderingen in mijn leven gaande. Dat mag wel een keer onder ogen gezien worden. Met name door mijzelf. En dat heb ik ook gedaan. Ik praat er veel over met bekenden en onbekenden. Dit doe ik bewust om voor mezelf een beeld te krijgen wat ik nu eigenlijk zeg en voel en wat ik dus eigenlijk besloten heb. Om gespiegeld te worden en meningen te horen. Lieve mensen, het is helemaal niet eng om meningen van anderen te horen. Al is het om ervan te leren! Jullie zouden het eens moeten proberen.
Mijn verhaal is en blijft hetzelfde en ook het gevoel dat ik daarbij krijg. Ik kan er dus vanuit gaan – zeg ik voorzichtig – dat het de juiste beslissing is. Voorzichtig, omdat ik nog middenin het proces zit. Maar zeker, omdat er ik een goed gevoel bij heb. Een goede vriend van me zei onlangs dat dit de eerste stappen naar mijn nieuwe geluk is. Hoe moeilijk dit soms ook te geloven is weet ik dat hij gelijk heeft. Ik hecht veel waarde aan zijn woorden en dat sterkt ook hetgeen ik voel. Eigenlijk kan ik wel zeggen dat de veranderingen positief zijn.
Een aantal van jullie weten dat ik twee tatoeages heb. Deze tatoeages heb ik om een reden, niet vanwege modegrillen. Ze zijn een (h-)erkenning voor wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik van mezelf heb geaccepteerd. Destijds dacht ik ook dat ik grote stappen naar mijn nieuwe geluk aan het maken was. En dat was ook zo. Wat ik even vergat was dat het geluk ook met pieken en dalen komt. Net als verdriet. De eerste tatoeage is een eerbetoon aan mijn overleden oom – een vlinder. De tweede tatoeage is een spiegel van mezelf. De combinatie van de twee is wie ik ben. Soms uit balans, maar gelukkig toch vaak in balans. Ze staan voor verandering en de acceptatie daarvan.
Een ander ding wat Jamura aanhaalt is het feit dat onze medemens eigenlijk rete interessant is. Maar vaak wordt dat toch heel erg verkeerd begrepen door ´onze´ medemens. Als ik interesse toon in de medemens is mijn ervaring dat men denkt dat ik meer wil. Hoe moet/kan ik nu uitleggen dat mijn interesse in mijn gesprekspartner niet betekent dat ik ´meer´ wil. Dat ik oprecht geïnteresseerd ben.
Is de maatschappij dan zo vereenzaamd? Is men dan zo bang geworden? Is het eng geworden dat ik persoonlijke vragen stel? Is het dan nu zo dat we eigenlijk alleen nog maar van achter ons beeldscherm in contact durven komen met de medemens? Hoe vervreemd zijn we? Wat is er dan nu zo anders dan een aantal jaar geleden? – opoe praat.
Dit zijn vragen die door mijn hoofd spoken als ik in de tram zit van en naar huis en gezichten van vreemden om mij heen zie. Maar aan wie kan ik deze vragen stellen als niemand in de tram naast mij durft te zitten. Ben ik zo anders?